NVvN

Epilepsie (toevallen)

Download als PDF

Epilepsie is een verzamelnaam van stoornissen in de hersenen die gepaard gaan met in aanvallen optredende verschijnselen. Epilepsie werd vroeger wel "vallende ziekte" genoemd. Ongeveer 1 op de 150 mensen in Nederland lijdt aan epilepsie. Er worden verschillende vormen van epilepsie onderscheiden:

    1. Gegeneraliseerde aanvallen waarbij beide hersenhelften zijn betrokken:

    2. Partiële aanvallen, waarbij alleen een deel van de hersenen is betrokken.

Door de neuroloog worden daarnaast nog wel andere vormen van epilepsie onderscheiden, soms met hele specifieke kenmerken op het EEG (electro-encefalografie, een registratie van de elektrische activiteit in de hersenen), maar deze voeren hier te ver. Wij beperken ons tot de vormen van epilepsie die samenhangen met een neurochirurgische behandeling of oorzaak.

Oorzaak

Bij epilepsie is er sprake van een verstoring van de elektrische activiteit in de hersenen, waarbij een soort "kortsluiting" met ongecontroleerde uitbreiding van elektrische activiteit op kan treden. De storing kan beperkt blijven tot een bepaald gebied of zich door de gehele hersenen uitbreiden. In het eerste geval ontstaan verschijnselen die horen bij het gebied waar de abnormale activiteit optreedt, b.v. trekkingen van een arm of been (focale epilepsie). In het laatste geval zal de aanval zich uitbreiden tot een gegeneraliseerde aanval. Die kortsluiting kan vele oorzaken hebben, en epilepsie is dan ook niet specifiek voor een bepaalde oorzaak. Meestal is epilepsie het gevolg van een beschadiging van de hersenschors. Dat kan zijn door littekenweefsel dat is ontstaan door infectie (bijvoorbeeld na hersenvliesontsteking), een ongeval, een hersenbloeding. Littekenweefsel dat ontstaat ten gevolge van een neurochirurgische ingreep is vrijwel nooit een oorzaak van epilepsie.Andere oorzaken zijn vaatmisvormingen in de hersenen, hersentumoren, aangeboren afwijkingen van de hersenen, of bijvoorbeeld stofwisselingsstoornissen.

Behandeling

De behandeling van epilepsie bestaat in eerste instantie uit het voorschrijven van medicijnen (anti-epileptica zoals Diphantoine, Depakine, Rivotril of Tegretol) die tot doel hebben de epileptische activiteit in de hersenen te onderdrukken. Vaak lukt het om de patiënt hiermee min of meer vrij van aanvallen te krijgen. Een goede discipline bij de patiënt is essentieel voor een optimaal resultaat (regelmatig leven, bijtijds innemen van de medicijnen, zorgen voor goede (nacht)rust, overmatig gebruik van alcohol achterwege laten). Voor de behandeling van epilepsie is in principe de neuroloog de aangewezen persoon. Afhankelijk van de oorzaak van de epilepsie kan het zijn dat ook een neurochirurg bij de behandeling betrokken raakt. Dat kan een aantal redenen hebben:

Tenslotte

Hoewel een epileptische aanval er zeer bedreigend uit kan zien, is een dergelijke aanval slechts zelden acuut gevaarlijk. Alleen een z.g. status epilepticus, een toestand waarbij de aanval niet vanzelf weer stopt, kan levensbedreigend worden. De meeste patiënten kunnen (eventueel met medicijnen) met hun epilepsie een heel normaal leven voeren, al is autorijden voor hen in de meeste gevallen verboden.

Kijk hier als u zich afvraagt of uw aandoening of behandeling consequenties heeft voor het uitoefenen van uw werk.

Datum laatste revisie van deze tekst: april 2009.

Links:

Nederlandse Vereniging voor Neurologie

Epilepsie Net

Epilepsiefonds

Terug naar het overzicht.

Voor commentaar op deze tekst kunt U hier klikken.