NVvN

Schedel- en hersenletsel

Download als PDF

Inleiding

Iedereen is er zich wel van bewust dat een letsel aan het hoofd (Latijn: trauma capitis) een ernstige zaak is. In het hoofd zitten immers de hersenen, die de grondslag zijn van ons hele geestelijke leven. Omdat de hersenen in mechanisch opzicht een brijig zachte massa vormen en dus heel kwetsbaar zijn voor mechanisch geweld, heeft de natuur ze ter bescherming opgeborgen in een harde benige doos: de schedel. Letsels aan het hoofd kunnen dus de schedel, de hersenen of beide beschadigen. Het idee dat de ernst van de schedelbeschadiging evenredig is aan die van de hersenbeschadiging, gaat echter maar ten dele op. Zo zijn bijvoorbeeld bij letsels, waarbij de schedel plaatselijk door een scherp voorwerp is ingeslagen, de hersenen alleen ter plekke door de ingedrukte botsplinters beschadigd, terwijl de rest van de hersenen er goed vanaf komen. Men kan dit vergelijken met de kreukelzone van een auto. Een deel van de energie wordt opgevangen door het bot van de schedel en niet overgedragen aan de hersenen. Aan de andere kant is bij letsels die het hele hoofd met grote kracht treffen, zoals bij botsingen in het snelverkeer, de schedel vaak helemaal gaaf, terwijl de hersenen binnenin zeer ernstig zijn beschadigd: dit noemt men het gesloten schedelletsel. Daarom zullen hier de schedel- en de hersenletsels apart worden behandeld.

Schedelletsels

Hersenletsel

Behandeling van ernstig hersenletsel

Men gaat uit van het principe dat de hersenbeschadiging kan worden onderscheiden in een primaire beschadiging en een secundaire beschadiging.

De behandeling is erop gericht om secundaire beschadigingen te voorkomen. Hiertoe wordt de patiënt op een afdeling voor intensieve zorg (Intensive Care Unit) verpleegd en bewaakt. Omdat hij (of uiteraard zij) meestal niet zelf kan eten en drinken, krijgt hij per infuus alle voedsel maar vooral het vereiste vocht toegediend. Om een goede ademhaling te verzekeren, wordt hij meestal ook via een buisje in de luchtpijp beademd. Het buisje kan via de mond in de luchtpijp worden ingebracht (intubatie), maar als het langer gaat duren, wordt het buisje via een opening in de luchtpijp ingebracht (tracheotomie), terwijl de beademing wordt verricht door een beademingsapparaat. Om te controleren of de beademing goed verloopt, worden geregeld zuurstof- en koolzuurgehalte, alsmede de zuurgraad van het bloed bepaald. Ook wordt geregeld gecontroleerd of het gehalte aan rode bloedlichaampjes voldoende is (en niet daalt doordat er nog ergens een bloeding is) en of de vochttoediening voldoende is, wat men kan afleiden uit het gehalte aan zouten (elektrolyten) in het bloed. De patiënt wordt ook vooral bewaakt om de eerste tekenen van complicaties te signaleren en te behandelen. Er zijn specifieke en algemene complicaties. Voor de bewaking kan ook de hersendruk direct worden gemeten (zie beneden).

Algemene complicaties kunnen optreden bij patiënten met letsels in het algemeen, dus niet alleen hoofdletsel, maar zoals nogal eens gebeurt, ook andere letsels (zogenaamd multitrauma). Tot de algemene complicaties behoren longontsteking, wat bij hersenletsel van belang is omdat een longontsteking de zuurstofvoorziening kan verstoren. Verder is er bij letsels een verhoogde neiging tot trombose, wat eventueel met een antistolling moet worden behandeld. Door de bedlegerigheid kunnen bovendien urineweginfecties, doorliggen, of verstijving van bepaalde gewrichten (contracturen) optreden, waartegen door de verpleging gewaakt wordt.

Specifieke complicaties die specifiek kunnen optreden bij hersenletsel zijn:

Vroege gevolgen van een hersenletsel

Zoals boven uiteengezet is het gemeenschappelijk kenmerk van een hersenletsel altijd de bewustzijnsdaling. Hiervoor wordt het woord coma gebruikt, maar deze term omvat een dusdanig breed scala van bewustzijnsdalingen dat hij in de medische praktijk niet gebruikt wordt. De Glasgow Coma Score geeft een veel duidelijker beeld van de diepte van een coma, maar de bruikbaarheid ervan neemt na ongeveer een week af. Veel patiënten openen dan de ogen soms zonder dat de onderliggende toestand verbetert. Vaak wordt ook pas na enige tijd duidelijk of er bijkomende neurologische schade is opgetreden, zoals een spraakstoornis of een verlamming.

Late gevolgen van een hersenletsel

Er bestaat een duidelijk verband tussen de Glasgow Coma Score bij opname en de uitkomst op lange termijn. De meeste patiënten met een score van 13 of meer zullen min of meer restloos genezen, terwijl het er voor patiënten met een score van lager dan 8 vaak somber uit ziet. Late gevolgen kunnen bestaan uit geheugen- en concentratiestoornissen, karakterveranderingen, neurologische uitval (b.v. een verlamming of spraakstoornis) en epilepsie. Bij een zeer ernstig letsel kan een z.g. vegetatief coma optreden. De patiënt heeft de ogen open en lijkt de omgeving in te kijken, terwijl er geen enkele reactie op prikkels bestaat.. Deze toestand is vrijwel altijd blijvend.

Tenslotte

Zoals in het begin gezegd is hersenletsel als gevolg van een ongeval een ernstige zaak. Toch loopt het in vele gevallen wel goed af. Factoren die een slechte uitkomst bepalen zijn vooral (hoge) leeftijd en (lage) Glasgow Coma Score bij binnenkomst. Op grond van deze gegevens kan enigszins voorspeld worden hoe de prognose zal zijn, maar de afwijking van zo'n voorspelling is zo groot dat de meeste artsen zich daaraan niet zullen wagen. Voor partner en de familie betekent dit een periode van grote onzekerheid, omdat meestal pas na enkele weken enige duidelijkheid over de te verwachten afloop ontstaat.

Kijk hier als u zich afvraagt of uw aandoening of behandeling consequenties heeft voor het uitoefenen van uw werk.

Meer informatie: Centrum Hersenletsel en Vereniging Cerebraal.

Datum laatste revisie van deze tekst: april 2009.

Terug naar het overzicht.

Voor commentaar op deze tekst kunt U hier klikken.