![]() |
Figuur links.
Schematische tekening van een in de hersenschors gelegen cavernoom, waar het aanleiding kan zijn voor het optreden van epileptische aanvallen. Het omgevende weefsel is door eerdere bloedingen vaak roestkleurig door achtergelaten bloedafbraakproducten. Bij de vergroting ernaast is te zien dat het cavernoom bestaat uit een kluwen van kleine vaatjes. In deze vaatjes stroomt het bloed heel langzaam, wat de reden is dat het vaak niet op MRI-scans is te zien, tenzij er eerder bloedingen zijn geweest. De achtergelaten bloedafbraakproducten zijn wel goed op MRI-scans te zien. In tegenstelling tot die andere klasse van vaatmisvormingen, de arterioveneuze malformaties, zijn er geen grote opgezette, maar kleine onopvallende toe- en afvoerende vaten. |
![]() |
Links: MRI met een dwarse (linksboven) en zijdelingse doorsnede (rechts) waarin een typische afbeelding van een caverneus hemangioom. Links onder eveneens een dwarse doorsnede, maar in een andere techniek. |
Over het algemeen wordt aangehouden dat wanneer een cavernoom aanleiding heeft gegeven tot een bloeding die gepaard is gegaan met (blijvende of tijdelijke) neurologische verschijnselen, operatieve verwijdering is aangewezen. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor cavernomen die tot hardnekkige epilepsie aanleiding geven. Operatieve verwijdering van het
cavernoom kan dan nogal eens leiden tot afname van de epileptische aanvallen. Wanneer de vaatmisvorming op een moeilijk te bereiken plaats zit kan echter worden besloten van operatie af te zien, of te kiezen voor een niet-operatieve behandeling. In dat geval wordt een speciale vorm van bestraling (radiotherapie), de zogenaamde
stereotactische radiochirurgie uitgevoerd. Het is op dit moment nog niet wetenschappelijk aangetoond dat deze behandeling de kans op een hernieuwde bloeding van een
cavernoom op den duur verkleint. Dat wordt op dit moment nog uitvoerig onderzocht.
Over het natuurlijke beloop van cavernomen wordt veel onderzoek gedaan. Dat is van belang omdat er steeds een afweging moet worden gemaakt tussen de risico´s die een patiënt loopt op een bloeding of een andere complicatie van een onbehandeld
caverneus angioom, en de risico´s op beschadiging ten gevolge van de
behandeling (operatie of bestraling) van een cavernoom. Vooral omdat aan de hand van de MRI scans van de hersenen met enige regelmaat bij toeval caverneuze angiomen worden gevonden (waarvan de "patiënt" dus in het geheel geen last heeft) is het belangrijk om te kunnen voorspellen hoe groot de kans is dat er tijdens het leven alsnog verschijnselen worden veroorzaakt. Op dit moment is het gerechtvaardigd om bij deze "asymptomatische caverneuze angiomen" af te wachten. Eventueel worden wel herhalingsfoto´s gemaakt, om
veranderingen van de afwijking te kunnen vaststellen.
Datum laatste revisie van deze tekst: april 2004.
Voor commentaar op deze tekst kunt U hier klikken.