Onder functionele neurochirurgie wordt verstaan het operatief ingrijpen in structuren van het zenuwstelsel (hersenen, het ruggenmerg of de zenuwen) met het doel om de werking ervan te beïnvloeden. Er hoeft geen structurele afwijking in de hersenen aanwezig te zijn. Vaak gaat het om delen van de hersenen die niet goed functioneren:
In de meeste gevallen is dan sprake van een zogenaamde "destructieve ingreep", dat wil zeggen een operatie waarbij doelbewust een specifiek gedeelte van het zenuwstelsel wordt
uitgeschakeld door het (onherstelbaar) te beschadigen.
Een andere vorm van functionele neurochirurgie is de zogenaamde neuromodulatie, waarbij door middel van implantatie van
micro-elektroden bepaalde delen van het zenuwstelsel selectief worden
gestimuleerd. De bedoeling is om hierbij met behulp van elektrische signalen de functie en de werking van bepaalde delen van het zenuwstelsel te veranderen, zodat de patiënt als geheel beter kan gaan functioneren. De toepassingsgebieden op het terrein van de neuromodulatie nemen de laatste jaren sterk toe, waardoor het mogelijk is om ook bepaalde patiënten die lijden aan de ziekte van Parkinson te behandelen. Daarnaast zijn er toepassingen bij de behandeling van epilepsie, en ook voor patiënten met chronische pijn (bijvoorbeeld chronische angina pectoris
(pijn op de borst), pijn ten gevolge van beschadiging van zenuwen en dwarslaesies. In de basale ganglia (figuur boven) vindt verwerking plaats van impulsen uit de hersenen die van belang zijn voor de besturing van bewegingen zoals lopen en andere "automatische" handelingen. Door het tekort aan dopamine dat optreedt bij de ziekte van Parkinson kan de regulatie van deze bewegingen niet goed
plaatsvinden. De patiënt krijgt daardoor verschijnselen zoals beven
(tremoren), bewegingsarmoede (schuifelende gang, strakke mimiek, moeite met draaien, problemen bij het op gang komen) en stramheid. De ziekte van Parkinson is op zich niet te genezen, en de verschijnselen zijn in het verloop van de ziekte progressief. Vaak is het echter mogelijk in het beginstadium van de ziekte de verschijnselen te behandelen door het toedienen van medicijnen,
zoals dopamine-achtige stoffen. Wanneer de reactie op de medicijnen afneemt, de bijwerkingen van de medicijnen erg hinderlijk worden of indien reeds in een vroeg stadium sprake is van ernstige stramheid of tremoren, bestaat er de mogelijkheid om door middel van een operatie aan de hersenen deze verschijnselen te verminderen.
Ook indien reeds in een vroeg stadium van de ziekte sprake is van ernstige stramheid of tremoren kan een operatie overwogen worden. Er zijn verschillende operaties mogelijk, en welk type ingreep wordt uitgevoerd is sterk afhankelijk van de individuele verschijnselen van de patiënt: Spasticiteit kan gepaard gaan met pijn (door de hoge spierspanning en de verkrampte houding) en de patiënt belemmeren bij het zitten, liggen of het gebruik van een rolstoel. De chirurgische behandeling van spasticiteit is erop gericht om
hinderlijke, invaliderende of pijnlijke spasmen te verminderen, en daardoor het functioneren van de patiënt (binnen de beperkingen van de bestaande handicap) te verbeteren. Deze behandelingen hebben uiteraard geen
genezende invloed op de beschadiging van het hersenweefsel of het ruggenmerg die ten grondslag
ligt aan de spasticiteit. Chirurgische behandeling van spasticiteit wordt over het algemeen pas toegepast als allerlei vormen van behandeling met medicijnen zijn mislukt. Er zijn verschillende operaties mogelijk, en de keuze hangt af van de oorzaak en de mate van de spasticiteit. Bij de behandeling van spasticiteit dient men zich te realiseren dat enige stijfheid ook nuttig kan zijn, bijvoorbeeld als steun bij het staan. Volledig opheffen van de spasticiteit zou dan het verliezen van deze steunfunctie kunnen betekenen, waardoor de mobiliteit en zelfstandigheid van de patiënt niet toeneemt maar juist vermindert.
Mogelijke behandelingsvormen zijn: Datum laatste revisie van deze tekst: april 2004.
De belangrijkste toepassingen op het gebied van de functionele neurochirurgie zullen hieronder in het kort worden besproken:
Ziekte van Parkinson.
De ziekte van Parkinson is het gevolg van het afsterven van bepaalde zenuwcellen in de hersenstam. Deze cellen zijn verantwoordelijk voor de productie van een bepaalde overdrachtsstof
(transmitter), dopamine genaamd, die een belangrijke rol speelt bij de regulatie van de activiteit in de diepe delen van de grote hersenen.
Deze delen worden de thalamus en de basale ganglia genoemd.

Links: Om een indruk te geven waar de genoemde structuren
in de hersenen liggen, is hier een mediane hersendoorsnede getekend, dat wil zeggen de binnenzijde van een
hersenhelft. Opvallend is het Corpus
Callosum (hersenbalk) dat zenuwvezels bevat, die beide hersenhelften verbinden (dus loodrecht op het vlak van de
tekening verlopen). Deze kunnen bij de behandeling van bepaalde vormen van epilepsie worden gekliefd
(callosotomie) Daaronder ziet men de Thalamus (Thal) in de zijwand van de derde hersenkamer. Daaronder bevindt zich de
Nucleus Subthalamicus (STN), waarvan elektrische stimulatie hoopgevende effecten heeft gegeven voor de
behandeling van bewegingsstoornissen. Boven de STN en achter de Thalamus bevindt zich de Globus Pallidus
(GP), (die men vanuit de mediane hersendoorsnede dus pas kan zien als men de Thalamus voor een deel heeft
weggehaald). Thalamus en Globus Pallidus zijn de structuren waarop zich van oudsher de operatieve
behandeling van de ziekte van Parkinson heeft gericht. Achteronder de Thalamus bevindt zich de Substantia
Nigra (SN) als een wat scheef naar boven staande plaatvormige structuur, waarvan degeneratie van de cellen de
oorzaak vormt van de ziekte van Parkinson.
Spasticiteit
Bij spasticiteit is er sprake van het onwillekeurig gelijktijdig aanspannen van tegengestelde spiergroepen (zoals bijvoorbeeld de strekspieren en de buigspieren van een arm of een been). Daardoor
bestaat er meestal ernstige stijfheid van één of meerdere ledematen, waardoor het vrijwel onmogelijk kan zijn om gerichte, willekeurige bewegingen uit te voeren. Er is een groot aantal oorzaken van spasticiteit. Zo kan spasticiteit het gevolg zijn van:
Epilepsie
Epilepsie
is een verzamelnaam van stoornissen in de hersenen die gepaard gaan met in
aanvallen optredende verschijnselen. Ongeveer 1 op de 150 mensen in Nederland lijdt aan epilepsie. Er worden verschillende vormen van epilepsie
onderscheiden.
Bij
epilepsie is er sprake van een verstoring van de elektrische activiteit in de
hersenen, waarbij een soort "kortsluiting" met ongecontroleerde
uitbreiding van elektrische activiteit op kan treden. De storing kan beperkt
blijven tot een bepaald gebied of zich door de gehele hersenen uitbreiden. In
het eerste geval ontstaan verschijnselen die horen bij het gebied waar de
abnormale activiteit optreedt, b.v. trekkingen van een arm of been (focale
epilepsie). In het laatste geval zal de aanval zich uitbreiden tot een
gegeneraliseerde aanval. Die
kortsluiting kan vele oorzaken hebben, en epilepsie is dan ook niet specifiek
voor een bepaalde oorzaak. Meestal is epilepsie het gevolg van een beschadiging
van de hersenschors.
Dat kan zijn door littekenweefsel dat is ontstaan door infectie (bijvoorbeeld na
hersenvliesontsteking), een ongeval, een hersenbloeding. Littekenweefsel in de
hersenen, dat ontstaat ten gevolge van een neurochirurgische ingreep, is vrijwel
nooit de oorzaak van epilepsie. Andere
oorzaken zijn vaatmisvormingen
in de hersenen (zoals een arterioveneuze malformatie, of een caverneus angioom),
hersentumoren
(laaggradig astrocytoom, ganglioglioom, DNET), en aangeboren afwijkingen van de
hersenen.
De
behandeling van epilepsie bestaat in eerste instantie uit het voorschrijven van
medicijnen (anti-epileptica zoals Diphantoine,
Depakine, Rivotril of Tegretol) die tot doel hebben de epileptische activiteit
in de hersenen te onderdrukken. Vaak lukt het om de patiënt hiermee min of meer
vrij van aanvallen te krijgen. Een goede discipline bij de patiënt is
essentieel voor een optimaal resultaat (regelmatig leven, bijtijds innemen van
de medicijnen, zorgen voor goede (nacht)rust, overmatig gebruik van alcohol
achterwege laten). Voor de behandeling van epilepsie is in principe de neuroloog
de aangewezen persoon. Als er sprake is van epilepsie die niet goed met
anti-epileptica kan worden onderdrukt, of als het gebruik van anti-epileptica
gepaard gaat met ernstige bijwerkingen, kan in speciale geselecteerde gevallen
neurochirurgische behandeling uitkomst bieden. We spreken in dit geval van
epilepsiechirurgie, hetgeen een onderdeel is van de functionele
neurochirurgie. De behandeling kan bestaan uit:
Dwarslaesie
Bij een dwarslaesie is er sprake van een definitieve onderbreking van de elektrische
verbindingen (de zenuwbanen) tussen de hersenen en het ruggenmerg. Ten gevolge van die onderbreking van de zenuwbanen komen signalen (bijvoorbeeld over het gevoel in de benen) niet meer in de hersenen aan.
Daardoor voelt de patiënt dus niets van zijn of haar benen en komen signalen vanuit de hersenen (bijvoorbeeld om een been te laten bewegen) niet meer op de plaats van bestemming (de spieren van dat been) aan.
De benen van de patiënt zijn dus verlamd. Hoe "hoog" en uitgebreid de dwarslaesie is hangt af van de plaats in het ruggenmerg waar die onderbreking is opgetreden. Het kan zijn dat alleen de benen verlamd en gevoelloos zijn (men noemt dat een lage dwarslaesie), maar als er sprake is van een hoge dwarslaesie
(ter hoogte van de nek) zijn bovendien (delen van) de armen gevoelloos en verlamd. Bij dwarslaesie patiënten zijn er bovendien vaak ernstige problemen met de besturing van de sluitspieren van de anus en de blaas, hetgeen met ernstige medische en sociale problemen gepaard kan gaan (infectie risico's, doorligplekken van de
billen, dragen van luiers, gebruik van catheters, etc.).
Door middel van neuromodulatie technieken is het tegenwoordig mogelijk om in bepaalde gevallen delen van de verloren functies te besturen en te stimuleren:
Pijn
Pijn is een sensatie die allerlei oorzaken kan hebben. De pijn waarvan sprake is in de context van de functionele neurochirurgie is over het algemeen het gevolg van beschadiging van zenuwweefsel. Men noemt dit ook wel "neuropathische pijn" (neuron = zenuw, pathos = ziek). Voor de neurochirurgische behandeling van chronische pijn staan een aantal technieken ter beschikking:
Ruggenmerg stimulatie is een techniek die steeds meer toegepast wordt. Er zijn verschillende indicatiegebieden, zoals pijn ten gevolge van vroegere rugoperaties, pijn bij
multipele sclerose, chronische angina pectoris ("pijn-op-de-borst"), pijn na zenuwontstekingen of bij reflex dystrofie, etc. Het principe van deze behandeling bestaat uit het aanbrengen van een
elektrode aan de achterzijde van het ruggenmerg, op een tevoren (afhankelijk van de plaats van de klachten) bepaalde plek, die wordt verbonden aan een onderhuids
geïmplanteerde stimulator (zoals een hartpacemaker), die weer kan worden geprogrammeerd en geactiveerd via een buiten het lichaam te besturen zendertje.
Intrathecale infusie via een rondom het ruggenmerg aangebrachte catheter, die (net zoals de Baclofen-pomp bij spasticiteit, zie boven) is gekoppeld aan een onderhuids reservoir van waar uit door middel van een programmeerbare
elektrische pomp een continue of intermitterende aanvoer van een sterke pijnstiller (bijvoorbeeld morfine) wordt verzorgd.Tenslotte
In het bovenstaande stuk worden een groot aantal technieken genoemd die de werking van het zenuwstelsel kunnen beïnvloeden. Er vindt nog veel onderzoek plaats, zodat de verwachting gerechtvaardigd is dat er nog meer behandelingen bij zullen komen. Toch is er niet voor ieder probleem een oplossing. Vooral de z.g. chronische benigne
(goedaardige) pijn, d.w.z. pijn waarvoor geen oorzaak zoals een tumor of zenuwbeschadiging valt aan te wijzen, blijkt in de praktijk een van de moeilijkst te beïnvloeden toestanden. De beperkingen maken dat
diverse vormen van functionele chirurgie slechts in geselecteerde gevallen kunnen worden toegepast en dat niet iedere neurochirurg er ervaring mee heeft. Functionele neurochirurgie is dan ook typisch iets wat in een beperkt aantal
neurochirurgische centra een aandachtsgebied is. In het algemeen zijn de neurologen, die de patiënten in de regel verwijzen, goed met de mogelijkheden
van de diverse centra op de hoogte. Zij kunnen een keuze maken welke patiënt gebaat kan zijn
met verwijzing naar een dergelijk gespecialiseerd centrum.
Voor commentaar op deze tekst kunt U hier klikken.