Over Neurochirurgie
Waarom
patiëntenvoorlichting ?
Als patiënten zich wenden tot
een arts voor behandeling van een klacht of een aandoening, dan heeft hij of zij
er recht op goed te worden geïnformeerd over de mogelijkheden, alternatieven,
risico's en complicaties. Sinds jaar en dag informeren artsen hun patiënten hier
dan ook over. Enige tijd geleden ontstond er vanuit de politiek de behoefte dit
te vatten in een wettelijk kader. Zo is de Wet Geneeskundige Behandelings Overeenkomst
(WGBO) ontstaan, zodat nu iedere behandelaar de wettelijke
verplichting tot informeren heeft.
Volgens de WGBO is de arts
verplicht om de patiënt (en zijn naasten) te informeren over zijn ziekte, de
diagnostiek, de behandelingsmogelijkheden met de risico’s die eraan verbonden
zijn, de nabehandeling en controles, en over de vooruitzichten.
Hoe is de neurochirurgie ontstaan ?
Neurochirurgie is de chirurgie van het zenuwstelsel en behoort zoals
andere “snijdende medische beroepen” tot de chirurgische specialismen.
Terwijl de Algemene Chirurgie een specialisme is met een eerbiedwaardige
ouderdom, - al eeuwenlang werden er
gebroken botten gezet en
blaasstenen uitgesneden, - is de neurochirurgie een betrekkelijk nieuwe
aanwinst. De neurochirurgie is uit noodzaak geboren sinds Harvey Cushing (1869
– 1939),
de belangrijkste grondlegger van de neurochirurgie, de slechte
operatieresultaten in de tijd dat hij nog studeerde, kon toeschrijven aan
wanbegrip tussen de neuroloog die de patiënt verwees en de chirurg die de
operatie moest uitvoeren. Hierdoor kwam hij tot de conclusie dat een
bevredigende oplossing alleen kon worden bereikt, als de chirurgen van het
zenuwstelsel zelf ook de neurologie zouden beheersen en zoals de neurologen even
goed thuis zouden zijn in de aandoeningen en de bouw van het zenuwstelsel.
Wat omvat de neurochirurgie ?
Het terrein van de neurochirurgie omvat het centrale zenuwstelsel, dat
zijn de hersenen en het ruggenmerg, maar ook hun benige omhulsels, omdat deze
omhulsels (respectievelijk de schedel en de wervels), heel dicht om het
zenuwstelsel liggen waardoor bij aandoeningen van schedel of wervels al spoedig
de hersenen of het ruggenmerg betrokken zijn. Verder omvat de neurochirurgie het
terrein van het perifere zenuwstelsel, dat zijn bijvoorbeeld de zenuwen die naar
de ledematen verlopen. De neurochirurg behandelt dus de aandoeningen van het
zenuwstelsel die voor chirurgisch ingrijpen toegankelijk zijn. Dit zijn over het
algemeen geen ziekten die het zenuwstelsel op meerdere plaatsen treffen, maar
aandoeningen die plaatselijk zijn en daardoor chirurgisch verholpen kunnen
worden, zoals een tumor of een vaatafwijking op een bepaalde plaats die
verwijderd kan worden, een zenuw die op een bepaalde plaats is doorgesneden en
gehecht kan worden. De laatste jaren is ook beïnvloeding van de functie van
het zenuwstelsel door b.v. elektrische stimulatie van bepaalde gebieden in
hersenen, ruggenmerg of zenuwen (de z.g. functionele
neurochirurgie) tot het vakgebied gaan behoren.
Waarom neurochirurgie ?
Als geen ander specialisme is de neurochirurgie toegespitst op het
behandelen van de afwijkingen van het zenuwstelsel die voor operatieve
benadering in aanmerking komen, omdat de neurochirurgie een grondige kennis van
het zenuwstelsel vereist. Dat vloeit voort uit de heel bijzondere eigenschappen
van het zenuwweefsel. Wat in de eerste plaats opvalt is dat het
zenuwweefsel heel zacht is en iedere mechanische stevigheid mist waardoor het
uitermate kwetsbaar
is voor mechanische inwerkingen. Het ingrijpen
in zenuwweefsel vereist daarom een
speciaal instrumentarium naast een speciale vaardigheid. Om een voorbeeld te
noemen, kan men bloedende vaten niet zoals in de chirurgie gebruikelijk is met
een draadje garen afbinden, omdat de bewegingen die hiervoor moeten worden
verricht, al zo grof zijn dat het
hele bloedvat uit het weefsel zou worden getrokken.
Ook zijn de hersenen zeer
rijk aan vaten omdat ze voor hun functie veel energie nodig hebben terwijl de
energiebronnen (vooral suiker en zuurstof) met het bloed moeten worden aangevoerd.
Tijdens de operatie worden onvermijdelijk kleinere bloedvaten geopend, waar dus
veel bloed uitvloeit dat al spoedig het operatieveld zal bedekken en de weefselstructuren onzichtbaar maken, als het bloed
daarbij niet zou worden weggezogen. Dit gebeurt met een alleen in de
neurochirurgie gebruikelijk fijn afstelbaar afzuigsysteem dat ook nog met een
zekere omzichtigheid moet worden gehanteerd, omdat anders met het bloed ook het
uiterst weke zenuwweefsel zou worden weggezogen.
Een andere eigenschap van het zenuwweefsel is zijn zwellingsneiging
bij de geringste beschadiging, zoals ook een gekneusde enkel gaat zwellen. Deze
hersenzwelling staat bekend als hersenoedeem.
Bij de enkel heeft deze zwelling geen grote gevolgen, ook al zou de voet niet
meer in de schoen passen. Maar bij de hersenen ligt dat anders. Omdat de
hersenen zo week en kwetsbaar zijn heeft de natuur ze ter bescherming opgeborgen
in de schedel, een harde onuitzetbare doos die niet gemakkelijk toegeeft aan mechanisch geweld.
Hersenen die door beschadiging sterk gaan
zwellen dreigen derhalve niet meer in de schedel te passen, en het gevolg is dan
dat bepaalde vitale gedeelten van de hersenen binnenin de schedel bekneld raken.
Inderdaad is onder zulke omstandigheden deze zogenaamde inklemming
de doodsoorzaak. Dit betekent voor de neurochirurg dat hij uiterst voorzichtig
met het weefsel moet omgaan. Hij mag het niet onnodig kwetsen of zelfs aanraken,
omdat anders hersenzwelling kan optreden. Ter voorkoming van verergering van het
hersenoedeem worden de patiënten voorbehandeld met bepaalde medicijnen (steroïden).
Dan is er de belangrijke eigenschap van het
zenuwweefsel dat het een slecht vermogen
tot herstel heeft. Dit in tegenstelling tot bot of spieren, die na een breuk
of verscheuring weer vast kunnen groeien. Het schrijnendste voorbeeld hiervan is
de totale dwarslaesie van het
ruggenmerg die altijd permanent is. Deze onherstelbaarheid van het weefsel
moet de neurochirurg zich altijd voor ogen houden, wat betekent dat hij bij zijn
ingrepen uiterst zuinig met het weefsel moet omgaan. Hij kan het zich
bijvoorbeeld niet veroorloven om zich ter wille van een goed overzicht op zijn
operatieveld een brede toegangsweg door het weefsel te banen. Met behulp van het
operatiemicroscoop moet hij zijn toegangsweg kiezen langs de natuurlijke
weefselspleten waardoor het tussenliggende weefsel zomin mogelijk wordt
beschadigd.
Tenslotte is de neurochirurg er zich voortdurend van
bewust dat het orgaan van zijn toewijding niet alleen de zetel is van vitale
functies zoals ademhaling en bloedsomloop, waarvan uitval levensbedreigend
is, maar ook van de motoriek en de zintuiglijke gewaarwordingen en vooral ook
van de hogere geestelijke functies zoals bewustzijn, spraak en denken,
waarvan verstoringen ernstige invaliditeit tot gevolg kunnen hebben, maar waarbij
ook de menselijke waardigheid van de patiënt in het geding kan komen. Deze
factoren nemen in de overwegingen altijd een grote plaats in, waardoor het
beleid in de neurochirurgie nooit alleen bepaald kan worden door zuiver medische
of chirurgische factoren maar altijd genuanceerd wordt door de vereisten uit
hoofde van de genoemde functies. Om een voorbeeld te noemen mag het verwijderen
van afwijkingen nooit zo grondig ondernomen worden dat er ernstige verstoringen
van de zintuiglijke of geestelijke functies uit voortvloeien. Aan de andere
kant is men ook eerder geneigd om van behandeling af te zien, wanneer het
verlies van bewustzijn of van de menselijke persoonlijkheid ernstig en blijvend
zal zijn.
Om de genoemde redenen neemt de neurochirurgie een
bijzondere plaats in en wordt de expertise van de neurochirurg altijd door
andere chirurgen gevraagd zodra deze vermoeden dat er bij hun operatie de kans
bestaat op betrokkenheid van het zenuwstelsel.
Samenwerkingsverbanden
Bij de behandeling van aandoeningen die meerdere deelgebieden van de chirurgie
raken wordt uiteraard door de neurochirurg intensief met deze specialisten
samengewerkt. Dit geldt in het bijzonder voor operaties aan de wervelkolom, waar
de bijdrage van de orthopedisch chirurg soms onmisbaar is. Aangezien de
mogelijkheden in de wervelkolomchirurgie in de laatste jaren stormachtig zijn
gegroeid en vanwege het feit dat zowel orthopedisch chirurgen als
neurochirurgen zich hier mee bezighouden is in 2001 de
Dutch
Spine Society opgericht. Dit is een officieel samenwerkingsverband
van beide specialismen. Bij operaties aan de
perifere zenuwen wordt vaak samengewerkt met de plastisch chirurg en bij
operaties aan gezwellen van het hoofd en de hals wordt er samen met de
oncologisch chirurg, de keel-, neus- en oorarts of de kaakchirurg geopereerd.
Vrijwel sinds het bestaan van de neurochirurgie werd ook in Nederland de
neurochirurgie beoefend. De neurochirurgie wordt in Nederland vertegenwoordigd
in 13 centra, waarvan er 8 academisch zijn. De Nederlandse neurochirurgie is
ingebed in de Europese neurochirurgie, verenigd in de EANS (European Association
of Neurosurgical Societies) die gezamenlijke congressen en opleidingscursussen
organiseren. Maar ook is er door de vele congressen en cursussen intensief
contact met leidende neurochirurgische centra in de Verenigde Staten en elders
(verenigd in de WFNS: World Federation of Neurosurgical
Societies waarvan er in 1997 een zeer succesvol congres in Amsterdam werd
gehouden). Dit verzekert de kwaliteit en de actualiteit van de Nederlandse
neurochirurgie, waardoor het heel zelden nodig is om patiënten voor behandeling
te verwijzen naar buitenlandse centra.
Second opinion
Indien een patiënt ernstige twijfel blijft houden omtrent de door een
centrum voorgesteld behandelingsbeleid, dan kan de patiënt zonder dat dit de
behandelingsrelatie met het centrum zal schaden, een aanvullend advies
(zogenaamd second opinion of tweede mening) vragen van een ander centrum, in overleg met de
huisarts en al of niet met het eerste centrum.
Behandeling in een buitenlands centrum
Indien verwijzing naar een
buitenlands centrum nodig mocht zijn, omdat alleen in een bepaald buitenlands
centrum de superspecialistische kennis en vaardigheid voor de behandeling van
een bijzonder geval aanwezig is, dan garanderen onze goede internationale
relaties een goede overdracht en eventuele begeleiding van de patiënt naar het
buitenlandse centrum, zodat er geen riskante misverstanden kunnen ontstaan en de
onderzoekingen niet onnodig herhaald hoeven te worden. Het Nederlandse
neurochirurgische centrum zal met het buitenlandse centrum overleg plegen en ook
de vereiste toestemming van de ziektekostenverzekeraar voor de overdracht
aanvragen. Hierdoor zal de patiënt de noodzaak worden bespaard om op eigen
gelegenheid in het buitenland hulp te zoeken, met de daaraan verbonden eigen kosten en vooral de risico’s.
Wetenschappelijk onderzoek
Zoals voor andere specialismen geldt, is voor een goede vooruitgang van
de neurochirurgie wetenschappelijk
onderzoek, ook op menselijke proefpersonen, een noodzakelijkheid. Hieronder valt ook
het beginnen van nieuwe behandelingsmethoden, waarvan het van tevoren niet
vaststaat of het middel niet erger zal zijn dan de kwaal. Volgens de onlangs
ingetreden Wet voor Medisch Wetenschappelijk Onderzoek met Mensen (WMO) dient
zulk onderzoek of behandeling altijd ter goedkeuring te worden aangemeld bij een
plaatselijke Medisch Ethische Toetsingscommissie, die erop zal toezien dat de
veiligheid, de rechten, en de privacy van de proefpersonen worden gewaarborgd,
kortom dat de proefpersonen niet “als proefkonijn zullen dienen”. Dit is een
andere reden waarom patiënten
niet op eigen gelegenheid, bijvoorbeeld naar aanleiding van horenzeggen of
buitenlandse internetaanbiedingen elders hun heil dienen te zoeken.
Opname en behandelingsbeleid
Patiënten worden over het algemeen naar de
neurochirurg verwezen door de neuroloog. De neurochirurg zal dan de patiënt
oproepen voor een poliklinisch bezoek om vast te stellen of de aandoening
inderdaad voor neurochirurgische behandeling in aanmerking komt, omdat de
niet-chirurgische behandelingsmogelijkheden nog niet voldoende zijn
uitgeprobeerd. Afhankelijk van de ernst en spoedeisendheid van de aandoening zal
het over het algemeen enige weken duren voordat dit poliklinische bezoek
gerealiseerd kan worden wat te maken heeft met het aantal patiënten dat gezien
moet worden en de tijd die de neurochirurg voor poliklinisch onderzoek van het
ziekenhuis krijgt toegemeten. (Zeer spoedeisende gevallen zijn meestal reeds
door de neuroloog in het ziekenhuis opgenomen, en worden klinisch aan de
neurochirurg overgedragen.) Als er na het overleg tussen de patiënt en de
neurochirurg over de behandelingsmogelijkheden (met hun kansen op succes en hun
eventuele risico’s) tot opname wordt besloten, komt de patiënt na het
polikliniekbezoek op een opnamelijst, waarvan de lengte ook weer wordt bepaald
door het aantal patiënten maar vooral door het aantal operatiedagen per week
dat de neurochirurg ter beschikking is gesteld. Zijn het operaties die gevolgd
moeten worden door een behandeling op de Intensive Care afdeling, dan is ook de
beschikbare plaats op deze afdeling bepalend voor de tijd dat men op opname moet
wachten. De wachttijd tot opname wordt vaak gebruikt om onderzoeken te laten doen
die anders tijdens de opname moeten plaatsvinden.
Uiteindelijk
worden het aantal beschikbare operatiedagen en het aantal bedden op een
Intensive Care afdeling strikt bepaald door de planning van het Ministerie van
Volksgezondheid en heeft het ziekenhuis hier beperkte zeggenschap over.
In vele ziekenhuizen wil men de wachttijden reduceren
door de toegemeten operatietijd maximaal te benutten. Dit bereikt men door het
operatieprogramma zovol mogelijk te plannen, zodat bij het eventueel niet
doorgaan van een operatie er een andere voor in de plaats kan komen. Een nadeel
hiervan is dat de laatst geplande operatie soms niet door kan gaan als
voorgaande operaties uitlopen of als er spoedgevallen tussendoor komen. Dat
vraagt om begrip van de patiënt en diens familie.
De opnameperiode in het ziekenhuis
Vanwege
de hierboven genoemde beperkte beschikbaarheid van operatietijd en
opnamebedden, wordt in toenemende mate al het vóóronderzoek dat nodig is om
een operatie veilig te kunnen uitvoeren via de polikliniek geregeld.
Dit voorkomt dat tijdens de opname nog allerlei onderzoek moet worden gedaan,
waardoor pas na een paar dagen daadwerkelijk tot operatie kan worden overgegaan.
Het vooronderzoek omvat diagnostiek die belangrijke details voor de operatie nader
moet preciseren en om bij zich snel ontwikkelende aandoeningen de nieuwste
stand van zaken vast te stellen, waardoor eerder genomen besluiten soms moeten
worden bijgesteld of zelfs herzien. Belangrijk zijn ook onderzoeken omtrent de
algemene lichamelijke gesteldheid van de patiënt, die de anesthesist in staat stellen om de
nodige voorzorgen voor de operatie te nemen. De dagen voor de operatie worden
zonodig besteed aan de voorbehandeling met steroïden ter voorkoming van
hersenoedeem, met antibiotica bij infectiegevaar, met regelbare bloedverdunners
ter voorkoming van trombose, en om de conditie van patiënten met hart- en
longaandoeningen te verbeteren.
Deze zaken kunnen in principe allemaal worden aangevangen vóórdat de patiënt in het ziekenhuis is opgenomen. Vanzelfsprekend vraagt dit een goede
coördinatie tussen de behandelaren (neurochirurg, anesthesist, huisarts)
Vaak zullen patiënten na de operatie een of meer dagen
op de Intensive Care worden opgenomen. Hier vindt de behandeling plaats door de
intensivist, die uiteraard in nauw overleg met de neurochirurg werkt.
Bloedverdunners
Er zijn mensen die op
doktersvoorschrift regelmatig bloedverdunners gebruiken, bijvoorbeeld na een
voorafgaande trombose, een z.g. TIA (doorbloedingsstoornis van de hersenen) of wegens hartafwijkingen. Omdat hierdoor tijdens of na
een neurochirurgische operatie bloedingen kunnen ontstaan die levensbedreigend
kunnen zijn, dient het gebruik van bloedverdunners onvoorwaardelijk aan de
behandelende arts (neurochirurg of anesthesist) te worden gemeld, zodat hun
gebruik tijdig kan worden gestaakt of hun effect geneutraliseerd, vaak na
overleg met de arts die hun gebruik heeft voorgeschreven. Een ander middel dat
de bloedstolling ernstig blijkt te verstoren, is het huismiddel Aspirine™ dat
tegen pijn wordt gebruikt maar ook zeer effectief tegen het dichtslibben van de
bloedvaten van de hersenen bij mensen die hiertoe de neiging hebben. Uiteraard
dient het Aspirinegebruik te worden gestaakt, liefst vanaf 10 dagen voor de
operatie (en zeker na overleg met de arts die Aspirine™ heeft voorgeschreven).
Aan de andere kant hebben bedlegerige patiënten een verhoogde neiging om
trombose in de aders van het bekken en de benen te ontwikkelen met de gevaren
hiervan (zie beneden). Ook bij mensen die een ernstig ongeval hebben gehad, of
een grote operatie hebben ondergaan, is er een verhoogde neiging tot trombose.
Men moet hier dus het bloed minder stolbaar maken, maar niet in die mate dat dit
zal leiden tot een toegenomen bloedingneiging. Gelukkig zijn er nu (van de stof
Heparine afgeleide) regelbare bloedverdunners beschikbaar die dit mogelijk
maken, en daartoe soms zelfs reeds voor of tijdens de operatie worden gegeven.
Een andere optie die in sommige ziekenhuizen wordt toegepast, is het stimuleren
van de bloedsomloop in de benen door het gebruik van speciale elastische kousen
of van kousen die door een machine ritmisch worden opgeblazen.
Complicaties
Complicaties van een behandeling of een operatie zijn
ongewenste bijkomende aandoeningen die op zijn minst de opnameduur kunnen
verlengen, maar erger nog de toestand van de patiënt kunnen doen verslechteren.
Ze zijn soms de gevreesde verwerkelijking van voorziene risico’s maar soms ook
gebeurtenissen die bij de huidige stand van de wetenschap niet te voorspellen en
te voorkomen zijn. Om van de complicaties te leren worden ze altijd
geregistreerd en besproken waardoor aanbevelingen kunnen worden gedaan om ze in
de toekomst te kunnen vermijden.
Specifieke
neurochirurgische complicaties zijn:
-
Wondinfectie.
Deze verraadt zich door roodheid, zwelling, kloppende pijn, en warm aanvoelen
van de operatiewond. Enige roodheid en zwelling zijn echter gewoon, omdat ze
alleen de tekenen zijn van de weefselreactie op de operatie. Hoewel in den lande
altijd de uiterste zorg wordt besteed aan het voorkomen van infecties tijdens
een operatie, blijkt dit niet altijd te vermijden, vooral bij langdurige of
gecompliceerde operaties, bij het inbrengen van vreemd materiaal (bijvoorbeeld
een pompje) en verder bij mensen met een verlaagde weerstand tegen infecties.
Uiteraard worden er maatregelen tegen genomen die in de meeste gevallen effect
hebben.
- Lekkage
van hersenvocht (liquor) doordat er een open verbinding is met de liquorruimte. Vele neurochirurgische
operaties vinden plaats binnen de liquorruimte en meestal lukt het om na afloop
van de operatie door het zorgvuldig sluiten van de wond lekkage van
hersenvocht te voorkomen. Liquorlekkage is echter niet te vermijden als delen
van hersenvliezen die de liquorruimte omsluiten moeten worden verwijderd of als
delen van het schedelbot bijvoorbeeld door een ongeval ontbreken. De open
verbinding heeft het risico dat een infectie de liquorruimte bereikt, er
ontstaat dan meningitis of hersenvliesontsteking, een ernstige toestand die door
de behandeling met antibiotica bijna altijd snel is te genezen. Voor de
effectieve behandeling van liquorlekkage moet soms het vocht via een lumbale
drain worden afgevoerd terwijl de patiënt bedrust moet houden. In sommige
gevallen is een operatie noodzakelijk om de lekkage op te heffen.
- Functie-uitval.
Uitval van
functie na een operatie zoals verlamming is veelal het gevolg van oedeem van het
zenuwweefsel. De functie herstelt zich weer wanneer het oedeem na enige dagen
verdwenen is. Een enkele keer is de functie-uitval het gevolg van een te
langdurige en sterke druk op de zenuw, zoals bij een grote rughernia die te lang
heeft bestaan. Hierdoor heeft de zenuw bijna geen reserves meer en is de
operatie “de laatste druppel die de emmer doet overlopen".
- Hersenoedeem.
Ondanks
voorbehandeling met steroïden en alle voorzorgen tijdens de operatie om het
weefsel zo min mogelijk te kwetsen, kan de hersenzwelling die met de aandoening
gepaard is gegaan, toch verder toenemen. Door het oedeem kan functie-uitval
zoals verlamming van arm of been het gevolg zijn of kunnen epileptische aanvallen
optreden, en in het ergste geval kan er inklemming
van vitale hersengedeelten ontstaan. Er kunnen dan ingrepen nodig zijn om ruimte
te maken voor de hersenen, waarna het inklemmingsgevaar is bezworen en de
functie-uitval zich bijna altijd kan herstellen.
-
Nabloeding
in het operatiegebied.
Nabloedingen dragen evenals hersenoedeem het risico dat ze een
beknelling (inklemming) van vitale hersengebieden kunnen geven. Hoewel aan het
einde van operatie de uiterste zorg wordt besteed aan de bloedstelping, kunnen
nabloedingen optreden doordat de bloedstolling verstoord wordt, bijvoorbeeld
doordat bepaalde tumoren verstorende weefselfactoren produceren, of doordat er
sterke schommelingen van de bloeddruk waren. Veelal is het nodig om via een
nieuwe operatie de bloeduitstorting te verwijderen en de nabloeding tot
stilstand te brengen.
Algemene complicaties
die bij operatie patiënten en bedlegerige patiënten kunnen optreden zijn:
-
Trombose.
Trombose is het ontstaan van een bloedstolsel, meestal in de aders van het bekken en de
benen, doordat de bloedstolling is verstoord door de operatie of doordat bij
bedrust het bloed niet goed doorstroomt. Als het stolsel losraakt kan het de
grote bloedvaten in de longen verstoppen (embolie) wat de toevoer van zuurstof
verstoort en soms tot de dood leidt.
- Longontsteking.
Bedlegerige patiënten hebben een verhoogde kans op longontsteking omdat ze niet
goed doorademen. Ook patiënten met longaandoeningen hebben een verhoogd risico.
Om dit te voorkomen worden ze met fysiotherapie behandeld. Het gelukt bijna
altijd om de longontsteking vroeg of laat te genezen.
- Doorliggen (Decubitus ulcera). Deze kunnen door het langdurig liggen ontstaan op stuit, heupen of hielen,
vooral wanneer deze huidgebieden ongevoelig zijn zoals bij een dwarslaesie of als
de patiënt in een slechte toestand verkeert. Door het geregeld keren van de
patiënt en een goede hygiëne is het doorliggen tot een minimum maar helaas
niet tot nul teruggebracht.
Toekomstige ontwikkelingen
Net als andere vakken heeft de neurochirurgie de
afgelopen decennia een grote ontwikkeling doorgemaakt. Voor een enkele
neurochirurg is het gehele vak nauwelijks meer te overzien en bij te houden,
zodat voor ingewikkelde aandoeningen steeds meer subspecialisatie optreedt.
Neurochirurgie berust in belangrijke mate op het hebben en
onderhouden van bepaalde handvaardigheid. Het is noodzakelijk om een
bepaalde operatie voldoende vaak te (blijven) doen: hoe vaker gedaan, hoe meer
ervaring, hoe beter de resultaten. Routine kan alleen worden verkregen en
onderhouden als men een operatie vaak genoeg uitvoert. Om dat te waarborgen, is
er binnen de meeste neurochirurgische vakgroepen sprake van taakverdeling en
opsplitsen van de operatieve werkzaamheden in zogenaamde aandachtsgebieden.
Bovendien is er voor aandoeningen die erg weinig voorkomen sprake van concentratie in centra die over speciale expertise beschikken. De meeste
neurochirurgen doen op dit moment zowel ingrepen aan de hersenen en de zenuwen
als aan de wervelkolom. Ook hier zal een ontwikkeling optreden in de richting
van z.g. "spine surgeons", afkomstig uit de richtingen neurochirurgie,
orthopedie en traumatologie. De Dutch
Spine Society zal hier een sturende rol in moeten spelen.
Datum laatste revisie van deze tekst: april 2009.
Terug naar het overzicht.
Voor commentaar op deze tekst kunt U hier
klikken.