Stereotaxie is een methode om een bepaalde plek binnen de hersenen te bepalen. Deze methode wordt vooral gebruikt om processen of gebieden in de hersenen te bereiken die zo diep liggen dat het onverantwoord is om door middel van een grote operatie door het omliggende kwetsbare hersenweefsel heen te dringen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een driedimensionaal coördinatenstelsel (met een X-, Y- en Z-as) dat voorafgaand aan een operatie door middel van een frame over het schedeldak van de patiënt wordt aangebracht. Op deze wijze is de schedel van de patiënt binnen een drie-assig stelsel geplaatst, waardoor het mogelijk is om elke denkbare positie binnen in de hersenen te definiëren met een X-coördinaat, een Y-coördinaat en een Z-coördinaat. Doordat op de assen een speciale markering is aangebracht is het mogelijk om van de schedel en de hersenen van de patiënt een CT-scan of een MRI-scan te vervaardigen, waarop vervolgens de X-, de Y- en de Z-waarden kunnen worden afgelezen. Daardoor wordt het mogelijk om de (meetkundige) positie van een specifiek gebied binnen de hersenen, of van een diepgelegen hersenafwijking (cyste, tumor, etc.) te berekenen.
![]() |
![]() |
|
| Figuur boven: Cartesiaans coördinatenstelsel van 3 loodrecht op elkaar staande vlakken X, Y en Z, waarin men de hersenen inpast. Gewoonlijk Is het X-vlak het horizontaal verlopende vlak, het Y-vlak het verticale vlak door het midden van beide hersenhelften in, terwijl het vlak Z verticaal evenwijdig aan het gelaat loopt. | Hierboven ziet men de ring met daarin een open gezaagd schedelmodel. Op de ring is het assenstelsel aangebracht. De coördinaten kunnen in millimeters nauwkeurig worden ingesteld. Hoe daarna de naald draait over de gradenboog maakt dan niet meer uit. Het uitgerekende doelpunt is het middelpunt van een bol. | |
|
Links een vergroting van het assenstelsel. De hele boog kan langs de drie assen worden verplaatst, waarmee het doelpunt (gemarkeerd met een sterretje) precies kan worden ingesteld. Op de assen is een schaalverdeling in millimeters aangebracht. | |
|
![]() |
![]() |
| Links: een electrode voor
stimulatie van diep gelegen hersendelen.
Midden: detail van de electrode punt. Rechts: punt van een biopsienaald. Deze bestaat uit een buitenste en een binnenste naald met aan het einde een zijdelingse opening van ongeveer 10 mm lengte. Door voorzichtig aan de naald te zuigen wordt wat weefsel naar binnen gezogen. Door de binnenste naald ten opzichte van de buitenste te draaien wordt een klein pijpje weefsel afgesneden. |
||
|
Hiernaast een patiënt met de ring om het hoofd in de CT-scan. In de perspex plaatjes lopen dunne metaaldraadjes die op de CT zichtbaar zijn. Bij de MRI zijn het dunne met olie gevulde slangetjes. De draadjes verlopen in een V-vorm. Hoe meer de CT-snede naar de kruin is gelegen, hoe verder de draadjes uit elkaar liggen en dus de puntjes op de CT-scan. De afstand geeft direct aan hoe ver de snede boven het nul-vlak (de ring) is gelegen. Het midden van de ring heeft de coördinaten x=0, y=0, z=0. Ieder punt in het hoofd kan dan ten opzichte van dit nulpunt gedefinieerd worden. | |
De kans op een infectie is bij stereotactische ingrepen erg klein, hoewel bij procedures waarbij canules of elektroden (zoals bijvoorbeeld bij brachytherapie of neurostimulatie) gedurende meerdere dagen in positie moeten blijven een iets groter infectie-risico bestaat.
Hoewel dit feitelijk geen complicatie is, kan het bij een diagnostische stereotaxie (weefsel punctie) een enkele keer gebeuren dat er onvoldoende of ongeschikt weefsel wordt verkregen. De patholoog-anatoom kan dan geen diagnose stellen. Soms, maar niet altijd, kan dan een tweede poging worden gedaan.
Datum laatste revisie van deze tekst: april 2009
Voor commentaar op deze tekst kunt U hier klikken.